Afwachten of actie ondernemen

Afwachten of actie ondernemen

Er bestaan mijlpalen en gemiddelden waarop de meeste kinderen bepaalde vaardigheden beheersen. Tegelijkertijd is ieder kind uniek en zich ontwikkelt zich in zijn of haar eigen tempo. Daarom is het soms moeilijk te bepalen of problemen in de ontwikkeling vanzelf over zullen gaan of dat hulp nodig is om de ontwikkeling op gang te brengen.

Vaak zijn ouders, maar ook professionals, geneigd af te wachten wanneer een kind zich anders ontwikkelt. Dat kan passend zijn, want kinderen kunnen inderdaad zomaar ineens een spurt in hun ontwikkeling maken. En problemen blijken dan van tijdelijke aard. Maar soms gaat door te wachten onbedoeld kostbare tijd verloren en nemen problemen toe.

Waarom soms vroeg in actie?

Er zijn verschillende redenen om juist wel in actie te komen bij eerste signalen van problemen in de ontwikkeling, namelijk:

  • Jonge kinderen leren snel

De hersenen van jonge kinderen (zeker beneden de 3 jaar) zijn flexibeler dan die van oudere kinderen of volwassenen. Jonge kinderen leren daardoor gemakkelijker nieuwe vaardigheden aan.

  • Ontwikkelingsgebieden hangen met elkaar samen

In de eerste vier levensjaren groeien kinderen snel en op verschillende ontwikkelingsgebieden tegelijk, zoals motorisch, emotioneel, cognitief, sociaal en op het gebied van de taal en spraak. Deze ontwikkelingsgebieden zijn sterk met elkaar verweven. Nieuwe vaardigheden op het ene gebied, bijvoorbeeld leren lopen, geven ook een boost aan bijvoorbeeld het spel; de wereld wordt groter en het kind kan meer ontdekken. Omgekeerd kunnen problemen op het ene gebied ook een negatief effect hebben op andere ontwikkelingsgebieden (zie voorbeeld).

Voorbeeld Als een dreumes moeite heeft met kruipen of dingen grijpen, ervaart hij of zij de wereld anders dan een kind dat zich gemakkelijk overal naar toe verplaatst. Dat heeft direct invloed op de ontwikkeling van het begrijpen; want door je te verplaatsen en dingen vast te pakken leren kinderen bijvoorbeeld het verschil kennen tussen hard en zacht of tussen warm en koud. Zij leren over vormen, structuren en hoe dingen voelen. Als kinderen dingen aanraken, benoemen ouders vaak wat het is: “ja, dat is de verwarming, die is warm”, “hé, dat kussen is lekker zacht, hè?”. Als het kind minder op onderzoek uit gaat, heb je als ouder ook minder reden om nieuwe dingen te benoemen die een kind ervaart. Op die manier heeft het motorische ‘probleem’ invloed op het begrip van de wereld en op de ontwikkeling van de taal.

  • Ouder en kind beïnvloeden elkaar

Kinderen kunnen gevoelig reageren op spanningen binnen een gezin. Daarnaast kunnen eventuele ontwikkelingsproblemen bij een kind voor onzekerheid en spanningen zorgen bij de ouders. Je kunt je dan machteloos voelen in het contact met je kind. Problemen in de relatie tussen ouders en je kind kunnen zo ontstaan of worden versterkt.

Kortom: Het is belangrijk aandacht te hebben voor eventuele problemen in de ontwikkeling juist als je kind nog jong is. Vooral omdat voor jonge kinderen relatief “lichte” hulp vaak voldoende is om de ontwikkeling gunstig te beïnvloeden.

Ouders vinden op deze website onder andere informatie over:

 

deel: