Vroege signalen van ASS

Er zijn bepaalde signalen in het gedrag van jonge kinderen, die kunnen wijzen op een autisme spectrum stoornis (ASS). Hieronder vind je tabellen met deze zogenoemde ‘alarmsignalen’ voor kinderen van 0-4 jaar en voor kinderen van 4-6 jaar:

Alarmsignalen bij kinderen tot 4 jaar

In onderstaande tabel staan een aantal signalen die kunnen voorkomen bij heel jonge kinderen (tot 4 jaar), en die mogelijk kunnen wijzen op autisme:

Lacht niet naar anderen (vanaf 12 maanden)

Als de ouder met een lach contact zoekt met het kind, laat hij/zij geen reactie zien. Het kind is minder gericht op anderen in de omgeving en minder geneigd om terug te lachen als anderen hen een (glim)lach geven. Zelf neemt het kind minder vaak initiatief om met de ander plezier te delen door naar hen te lachen.

Reageert niet wanneer hij/zij wordt toegesproken (vanaf 12 maanden)

Als het kind toegesproken wordt met zijn/haar naam lijkt het doof. Het kind reageert minder goed of helemaal niet en kijkt niet of nauwelijks op.

Brabbelt niet (vanaf 12 maanden)

Het kind maakt geen of weinig geluiden die lijken op woorden en brabbelt niet of nauwelijks tijdens spel.

Maakt geen gebaren (wijzen en zwaaien) (vanaf 12 maanden)

Het kind maakt nog geen gebaren en/of wijst nog niet. Voorbeelden van gebaren zijn; ja-knikken, nee-schudden, zwaaien, een gebaar voor ‘op’ of ‘weg’.

Heeft geen interesse in andere mensen (vanaf 15 maanden)

Het kind is vooral op zichzelf gericht en heeft weinig aandacht voor de mensen om hem of haar heen. Hij of zij is bijvoorbeeld weinig nieuwsgierig naar de inbreng van een volwassene in het spel, of kijkt weinig naar wat andere kinderen doen.

Maakt geen functioneel gebruik van woorden (vanaf 18 maanden)

Het kind gebruikt geen woorden (of klanken die op woorden lijken) om aan te geven dat het iets wil of om ergens de aandacht op te richten.

Gebruikt geen 2-woordzinnen (anders dan papegaaien) (vanaf 24 maanden)

Het kind gebruikt geen spontane zinnen van twee woorden om te communiceren zoals ‘auto rijden’ of ‘koek hebben’. Hier wordt dus niet het herhalen van wat een ander zegt zonder de intentie om te communiceren bedoeld (papegaaien). Uiteraard kan uitval op dit item naast risico op ASS ook wijzen op bijvoorbeeld een taalontwikkelingsproblemen zonder ASS.

Elk verlies van taal of sociale vaardigheden (Iedere leeftijd)

Het kind laat terugval zien op het gebied van eerder verworven taal of sociale vaardigheden. Bijvoorbeeld een kind dat ophoudt met praten, niet meer zwaait of geen of weinig oogcontact maakt terwijl het kind dit eerder wel deed. Het verlies van vaardigheden op welke leeftijd dan ook is zorgelijk, tenzij het duidelijk gerelateerd is aan omstandigheden en van tijdelijke aard  is.

Bron: Dietz, C. (2007). The early screening of Autistic Spectrum Disorders. Gildeprint: Enschede

Als je één of meer van bovenstaande signalen bij je kind herkent, hoeft het zeker niet zo te zijn dat sprake is van ASS. Maar het kan wel een goede reden zijn om verder te onderzoeken of er iets aan de hand is. Een goede volgende stap is dan het invullen van de screeningslijst CoSoS (Communicatie en Sociale ontwikkeling Signalen).

LET OP: als je geen van de signalen van toepassing vindt op je kind, maar je maakt je toch zorgen, ook dan is het goed om die zorgen nader te verkennen door het invullen van de CoSoS. Bijvoorbeeld omdat je kind:

  • moeilijk te troosten is;
  • slaapproblemen heeft;
  • slecht eet;
  • anderen bijt of slaat zonder duidelijke reden;
  • voortdurend aan jou is vastgeklampt;
  • erg angstig is voor nieuwe situaties.

De CoSoS is een screeningslijst die in Nederland is ontwikkeld. De lijst kan worden afgenomen bij kinderen in de leeftijd van ongeveer 12 tot 48 maanden. De 14 vragen gaan over sociaal gedrag, communicatie, spel en enkele andere gedragingen. Je kunt als ouders de vragenlijst zelf online invullen. Voor een betrouwbare uitslag is het goed om de vragenlijst nog eens door te nemen met bijvoorbeeld de jeugdarts of –verpleegkundige op het consultatiebureau. Een score van 3 of meer afwijkende (nee) scores betekent dat waarschijnlijk sprake is van een verhoogd risico. Ook dit wil niet perse zeggen dat je kind ASS heeft, maar wel dat het zinvol is verder onderzoek te doen om te achterhalen waarom je kindje zich anders ontwikkelt. START VRAGENLIJST COSOS

Alarmsignalen bij kinderen van 4 – 6 jaar

Voor de leeftijdsgroep 4 – 6 jaar bestaat de signalenlijst van Dietz & Berckelaer (2013), zie onder. In deze lijst staan signalen die mogelijk kunnen wijzen op autisme bij kinderen van 4-6 jaar. De signalen zijn ondergebracht in 4 ontwikkelingsgebieden: Sociale interactie, Communicatie, Stereotypieën en Prikkelverwerking.

Sociale interactie

  • Heeft moeite met oogcontact maken
  • Vind het lastig om vriendschappen met leeftijdsgenootjes aan te gaan en te onderhouden
  • Heeft geen oog voor de gevoelens van anderen

Communicatie

  • Vindt het lastig om over-en-weer gesprekken te onderhouden (ook over andere onderwerpen dan puur zijn/haar eigen interesses)
  • Heeft moeite met het gebruiken en begrijpen van humor
  • Heeft geen begrip van spreekwoorden en gezegdes
  • Ondersteunt communicatie weinig door gebaren
  • Heeft bijzonderheden op het gebied van taal: Neemt dingen vaak letterlijk (b.v. “pak je jas” en het kind pakt de jas zonder deze aan te doen); ouwelijk taalgebruik/ boekentaal; echolalie (papegaaien)/ standaardzinnetjes; praat over zichzelf in de derde persoon

Stereotypieën

  • Heeft beperkte interessegebieden (b.v. alleen geïnteresseerd in dino’s of computers)
  • Kan niet fantasievol spelen
  • Verliest zich niet in fantasiespel
  • Houdt zich vast aan rituelen (doet dingen steeds in dezelfde volgorde)
  • Houdt zich sterk vast aan regels
  • Kan moeilijk omgaan met veranderingen

Prikkelverwerking

Er is sprake van een opmerkelijke prikkelverwerking, dat wil zeggen dat hij/zij opvallend over-of juist onder gevoelig voor bepaalde prikkels. Bijvoorbeeld ruikt aan alles, blijft in het tasten/bevoelen hangen, is zeer geïnteresseerd in lichtflitsen, bedekt steeds zijn oren bij harde geluiden.

Maakt over het geheel genomen geen leeftijdsadequate indruk

Bron: Bijlage ASS alarmsignalen lijst 4-18 jaar (Dietz & Berckelaer, 2013), NCJ Richtlijn Autismespectrumstoornissen 2015.

Als je drie of meer kenmerken herkent (en niet uitsluitend binnen één gebied) is het aan te raden om verdere stappen te ondernemen. Voor kinderen beneden de 4 jaar is een vrij verkrijgbare, goede screeningslijst (de CoSoS), maar voor oudere kinderen is helaas (nog) geen betrouwbare lijst vrij online beschikbaar.

LET OP: ook als je minder dan drie van onderstaande signalen van toepassing vindt op je kind, maar je maakt je toch zorgen, ook dan is het goed om die zorgen nader te verkennen en bijvoorbeeld te bespreken met een professional.

Lees meer op: WAAR KAN IK MET MIJN ZORGEN TERECHT.

Wil je meer weten over (de diagnose) ASS? Bezoek de website van de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA) www.autisme.nl