slaapprobleem kind autisme

Slaapproblemen bij kinderen met autisme

40 – 80% van de kinderen met autisme heeft problemen met slapen. De oorzaken hiervan kunnen divers zijn. Het is  belangrijk die oorzaken per kind goed te onderzoeken. Behandeling van slaapproblemen is altijd maatwerk!

De invloed van slaapproblemen op kind en gezin

Slapen is een basis-ingrediënt om je goed te kunnen ontwikkelen. Wanneer een kind gedurende langere tijd niet goed slaapt, heeft dit vaak een negatieve invloed op de ontwikkeling van het kind. Het kan bijvoorbeeld aandachtsproblemen ontwikkelen, meer problemen krijgen met het reguleren van emoties en meer gedragsproblemen vertonen, maar ook minder sociaal gedrag laten zien.

Daarnaast hebben slaapproblemen van een kind een grote impact op de draagkracht van ouders: ouders slapen minder en ervaren daardoor veel stress als hun kind en zijzelf niet voldoende goed slapen.

Slaapproblemen bij kinderen met een normale ontwikkeling

Ongeveer 20-30%  van de jonge kinderen (peuters en kleuters) heeft slaapproblemen. Het zijn vooral problemen met inslapen of met doorslapen. De slaapprobelmen zijn in de meeste gevallen van tijdelijke duur. Meerdere factoren dragen bij aan slaapproblemen, zoals genetische factoren bij het kind zelf, de cultuurgebonden opvattingen over slaap binnen het gezin en niet-helpende opvoedingspatronen die om welke reden dan ook zijn ontstaan.

Slaapproblemen bij kinderen met autisme

Veel voorkomende slaapproblemen bij kinderen met autisme zijn:

  • moeite hebben met inslapen;
  • ‘s nachts vaak langdurig wakker zijn;
  • ook weer vroeg wakker worden;
  • last hebben van nachtmerries;
  • te veel slaap nodig hebben.

Sommige kinderen met autisme lijken minder behoefte aan slapen te hebben. Zij kunnen zich op wakkere momenten uitstekend bezig houden, zonder hun ouders uit hun slaap te houden. Vergeleken met leeftijdgenoten zonder autisme is de algemene slaapkwaliteit beduidend slechter.

Ingeslopen patronen zijn met name bij kinderen met autisme moeilijk te doorbreken. Dan is hulp van buitenaf dringend nodig. Een voorbeeld van zo’n patroon is dat een ouder bij het kind blijft liggen totdat het in slaap valt. Bij kinderen met autisme ontstaat sneller een vast patroon waardoor het kind bijvoorbeeld nooit meer in slaap zal vallen zonder dat de ouder erbij is.

Uit onderzoek blijkt dat het reguleren van de slaap beter wordt naarmate het kind met autisme ouder wordt.

Behandeling van slaapproblemen bij kinderen met autisme

Wanneer een kind met autisme problemen heeft met slapen, is het van belang goed te onderzoeken welke factoren een rol spelen. Naast de genetische factoren, de cultuurgebonden opvattingen over slaap binnen het gezin en de niet helpende opvoedingspatronen die zijn ontstaan spelen bij kinderen met autisme ook vaak de symptomen vanuit het autisme (prikkelgevoeligheid) een rol. Zo kan een kreukend onderlaken al de nodige paniek oproepen. Een specifieke behandeling hangt af van het type slaapprobleem en de mogelijke oorzaken. Het betreft dus maatwerk!

Mogelijke oplossingen kunnen gevonden worden in:

  • Een gezond dagritme
    Een kind dat te veel of te weinig heeft gegeten, zal moeilijker in slaap vallen, evenals een gespannen kind. Ook het kind dat te veel schermtijd heeft gehad, zal zich niet moe voelen. Slaapgedrag hangt nauw samen met een gezond dagritme. Een gezond dagritme houdt een dag in waarop:

    • het kind voldoende lichaamsbeweging heeft gehad, bij voorkeur buiten is geweest;
    • het kind op regelmatige momenten (gezond) heeft gegeten;
    • er een balans is geweest tussen prikkels en rustmomenten;
    • er positieve aandacht is geweest;
    • plezier en ontspanning in plaats van stress de boventoon voerden.
  • Onderzoek naar de normen en waarden ten aanzien van slapen binnen het gezin
    Opvattingen over slaap zijn sterk cultuurgebonden; daar waar het in de Nederlandse cultuur niet gebruikelijk is om langdurig (na het eerste levensjaar) met je kind in één kamer of bed te slapen, is dit in niet-westerse culturen volstrekt normaal.
  • Onderzoek naar de omgeving, zoals de slaapruimte, en aanpassingen waar nodig
    Een opgeruimde, goed geventileerde en donkere kamer kan prikkels wegnemen en slaapproblemen verminderen. Is het kind gevoelig voor een gekreukeld laken of een geurend kussen dan kun je dat oplossen. Misschien zijn er geluiden waar het kind gevoelig voor is, bijvoorbeeld een tikkende verwarmingsbuis of een krakend bed. Een te licht dekbed kan ook de oorzaak zijn van slaapproblemen.
  • De slaapkamer is om te slapen
    Zorg dat het kind weet waarvoor de slaapkamer dient, namelijk voor slapen en dus niet voor straf!
  • Vaste slaaptijden
    Vermijd korte slaapjes op de bank.
  • Onderzoek naar de oorzaak van nachtmerries
    Bijvoorbeeld: een onrustige, drukke dag of een dag die niet rustig afgesloten is kan doorwerken in een onrustige slaap of een nachtmerrie. Ook ‘pavor nocturnus’ komt vaker voor bij kinderen met autisme, waarschijnlijk als gevolg van het moeilijk kunnen verwerken van prikkels van overdag. Anders dan een nachtmerrie waarbij het kind wakker wordt en een enge droom heeft gehad, is het kind met pavor nocturnus angstig en schrikachtig, vaak flink overstuur in een droom, maar wordt niet wakker.
  • Soms kan het gebruik van melatonine effectief zijn.
    Wanneer aanpassingen in het dagritme en slaapritueel onvoldoende hebben geholpen, wordt soms melatonine voorgeschreven om het kind in slaap te laten vallen. Het is belangrijk dat dit onder begeleiding van een arts gebeurt. Melatonine kan helpen als er een probleem is in de eigen aanmaak van melatonine.
  • Onderzoek naar oorzaken van de slaapstoornis
    Bij ernstige ontregeling van het slaappatroon kan men onderzoek doen in een gespecialiseerd slaapcentrum. Op deze manier kan men bijvoorbeeld via een EEG inzicht krijgen in de slaapstadia om zo zicht te krijgen op oorzaken van de slaapstoornis.
deel: