Diagnose op zeer jonge leeftijd levert voordelen op bij de behandeling

Diagnose op zeer jonge leeftijd levert voordelen op bij de behandeling

Vroege herkenning van kenmerken van autisme bij jonge kinderen in de baby- en peuterleeftijd is van groot belang voor de behandeling. Het brein is namelijk in de eerste levensjaren nog heel plastisch. Daardoor is behandeling in de jonge jaren effectief en kan men gedragsproblemen voorkomen.

Al tijdens de baby- en peuterleeftijd kunnen signalen van autisme zichtbaar zijn. De diagnose kan men al op deze leeftijd stellen. In de praktijk duurt het echter vaak lang voordat kinderen de diagnose krijgen. Daardoor lopen deze kinderen de voordelen van vroege interventie mis.

Vroege herkenning van signalen

Kinderen worden vaak nog niet op jonge leeftijd doorverwezen. Dat heeft te maken met persoonlijke factoren, diagnostische problemen en organisatorische factoren. Professionals zijn soms terughoudend uit angst voor stigmatisering, onvoldoende kennis over de leeftijd waarop diagnostiek kan plaatsvinden en onzekerheid over de voordelen van behandeling op jonge leeftijd. Bij ouders kan bovendien de erfelijke factor een rol spelen. Als kenmerken van autisme bij meerdere gezinsleden voorkomen, herkennen zij het gedrag van het kind niet altijd als afwijkend. Het is noodzakelijk dat professionals in de nulde en eerste lijn geschoold zijn in het herkennen vroege signalen. Het is dus belangrijk om juist zeer jonge kinderen bij wie het vermoeden bestaat van autisme door te verwijzen voor verder onderzoek.

Vastlopen op school

Nu wordt autisme meestal pas gediagnosticeerd als kinderen vastlopen op school. Zij zijn dan vaak al bij verschillende hulpverleners geweest zonder de juiste diagnose of behandeling. De volgende casus beschrijft zo’n proces.

Een 5-jarige jongen wordt door de huisarts verwezen naar de polikliniek van een jeugdpsychiatrische instelling met de vraag of er sprake is van ASS. Op 2-jarige leeftijd maakten zijn ouders zich al zorgen over zijn trage ontwikkeling met weinig gevarieerd spel en geen reactie op aanspreken. Het consultatiebureau verwees hem eerder naar een expertiseteam van ‘Integrale Vroeghulp’.  Daar werd een algehele ontwikkelingsachterstand van 5 maanden geconstateerd. Het jongetje werd geplaatst op een orthopedagogisch dagcentrum. De ouders twijfelen aan de diagnose omdat ze  verbeteringen zien in spraak en vaardigheden als puzzelen. Ze vragen om herdiagnostiek. De relatie van de ouders staat onder druk door de gedragsproblemen van hun zoon. Tijdens onderzoek ziet men dat de jongen nauwelijks oogcontact maakt en dat er geen wederkerigheid ontstaat. Hij spreekt met monotone stem, gebruikt weinig gebaren en heeft weinig verbeeldend spel. Hij heeft wisselende fascinaties en tics. Bij meting van het ontwikkelingsniveau blijkt het totale IQ 116 en de verwerkingssnelheid beneden-gemiddeld met een waarde van 88 (gemiddeld: 100). Hij krijgt de diagnose ‘ASS met bovengemiddelde intelligentie en trage verwerkingssnelheid’. De behandeling bestaat uit psycho-educatie, systeemtherapie en ondersteuning van de ouders.

Bij een vroege diagnose kan men voorkomen dat het kind te maken krijgt met gedragsproblemen. Bovendien krijgt men advies voor aanpassing van de leefomgeving. Ook kunnen ouders hulp krijgen bij de opvoeding waardoor de thuissituatie en de relatie met het kind kan verbeteren.

Lees het Onderzoeksverslag ‘Vroege verwijzing van peuters bij vermoeden van een autismespectrumstoornis’ door Jenny C. den Boer, Corinne M. Vlamings, Nicolette M. Munsters en Iris J. Servatius-Oosterling.

deel: