Terminologie: wat is signalering, screening en diagnostiek?

In de praktijk worden termen als vroegherkenning, vroegsignalering, screening en diagnostiek vaak door elkaar gebruikt. Toch worden er verschillende dingen mee bedoeld.

  • Met vroegherkenning of vroegsignalering wordt hier bedoeld: het herkennen van vroege signalen die kunnen duiden op ontwikkelingsproblematiek. Met andere woorden: het zien van bijzonderheden in de ontwikkeling of het gedrag die aanleiding zijn om na te gaan of er iets aan de hand is.
  • Als er signalen zijn dat de ontwikkeling mogelijk anders verloopt, is screening een goede volgende stap. Met screenen wordt hier bedoeld: het systematisch uitvragen van kenmerken van de ontwikkeling en het gedrag die passen bij een bepaald klinisch beeld, en een analyse maken van de hulpvraag van ouders/verzorgers. In het geval van ASS gebeurt screening aan de hand van observatie door de professional in combinatie met informatie van ouders/verzorgers.
  • Wanneer sprake is van een vermoeden van ASS of andere ontwikkelingsproblematiek (bijvoorbeeld n.a.v. de screening), dan kan verwezen worden naar een gespecialiseerd centrum voor diagnostiek. Aan de hand van een diagnose wordt een uniek, gedetailleerd en voldoende compleet beeld geschetst (biologische, psychologische en omgevingsfactoren meenemend). Op basis van het diagnostisch beeld wordt de problematiek van het kind en zijn/haar situatie begrepen en kan een behandelplan op maat worden gemaakt.
  • Een diagnose (beschrijving van het beeld), is iets anders dan een classificatie. Met classificatie wordt bedoeld: het ordenen en groeperen van symptomen om te kunnen bepalen of sprake is van een bepaald soort stoornis. Daarbij wordt meestal gebruik gemaakt van het classificatie systeem DSM-5 (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, vijfde editie). Zo wordt de classificatie ‘autisme spectrum stoornis’ (ASS) gegeven aan kinderen die structurele problemen ervaren op het gebied van (1) sociale communicatie en sociale interactie, en (2) beperkte, repetitieve gedragspatronen, interesses of activiteiten (voor meer informatie zie: kenniscentrum-kjp.nl).