iBE@r

iBE@R-onderzoek

Achtergrond en doelstelling

The BEER-interventie (Blended E-health for children at Early Risk) is een laagdrempelige interventie voor ouders van jonge kinderen (ongeveer 12–36 maanden) bij wie zorgen bestaan over de ontwikkeling op het gebied van contact maken, communicatie, prikkelverwerking, spel en/of flexibel gedrag. De interventie kan zonder diagnose worden ingezet en combineert huisbezoeken met E-health.

De doelstelling van het iBe@r-project was tweeledig:

  1. Inzicht verkrijgen in de inhoudelijke waardering, ervaren opbrengsten en implementatievoorwaarden van BEER, met het oog op bredere en snellere landelijke inzet en met speciale aandacht voor gezinnen in een kwetsbare situatie
  2. Doorontwikkeling van BEER, zodat de interventie nog beter aansluit bij de behoeften en voorkeuren van gebruikers. Dit kreeg onder meer vorm door de overgang van een e-learning naar een laagdrempelige BEER-app op B1-taalniveau, met voorleesfunctie en meerdere talen.

De onderzoeksopzet

Het iBe@r-project had een mixed-methods onderzoeksdesign, waarin kwantitatieve en kwalitatieve data uit vragenlijsten, interviews en focusgroepen zijn gecombineerd. De onderzoekspopulatie bestond uit ouders die een BEER-traject doorliepen, BEER-hulpverleners, verwijzers en andere stakeholders binnen de zorgketen.

De resultaten

De resultaten laten zien dat BEER inhoudelijk goed aansluit bij de behoeften en voorkeuren van zowel ouders als professionals. Ouders ervaren na afloop van een BEER-traject beter begrip van het gedrag en de behoeften van hun kind en zien positieve veranderingen in het functioneren van het kind en hun gezin. BEER-hulpverleners bevestigen deze bevindingen in redelijk vergelijkbare mate. De interventie wordt breed gewaardeerd vanwege de laagdrempeligheid, vroege inzetbaarheid en het concrete, handelingsgerichte karakter. Kanttekening bij het huidige onderzoek is dat er sprake kan zijn van positieve selectiebias, wat de generaliseerbaarheid van de bevindingen kan beperken.

Op het niveau van implementatie blijkt dat bevorderende factoren voornamelijk in de BEER-interventie zelf en bij de gebruikers liggen. De belangrijkste belemmeringen worden vooral gezien in organisatorische en contextuele randvoorwaarden. Beperkte bekendheid met BEER bij verwijzers, onvoldoende samenwerking binnen de zorgketen, een tekort aan geschoolde BEER-hulpverleners en onzekere of tijdelijke financiering vormen belangrijke knelpunten en leiden tot regionale verschillen in beschikbaarheid en benutting. Tegelijkertijd laten regio’s waar structurele afspraken zijn gemaakt en waar samenwerking tussen gemeenten, zorgorganisaties en verwijzers goed is ingericht zien dat een duurzaam BEER-aanbod haalbaar is. De gevonden oplossingen laten zien dat het wegnemen van de vastgestelde belemmeringen vraagt om een gezamenlijke aanpak met aandacht voor goede informatie, op het opleiden van professionals, samenwerking in het veld en helpende randvoorwaarden voor een succesvolle en landelijke implementatie van BEER.

De specifieke aandacht voor ouders in een kwetsbare situatie heeft waardevolle inzichten opgeleverd. BEER wordt in principe als passend ervaren voor gezinnen in een kwetsbare situatie, maar vraagt om aanvullende aanpassingen op het gebied van taalgebruik, visuele ondersteuning, digitale vaardigheden en cultuur-sensitieve benadering.

Conclusie

BEER is een inhoudelijk sterke en kansrijke interventie voor vroege ondersteuning bij zorgen over de sociaal-communicatieve ontwikkeling van jonge kinderen. De interventie wordt door alle ouders en zorgprofessionals als zeer positief en helpend ervaren. Voor succesvolle en duurzame opschaling is het echter essentieel om te blijven investeren in structurele inbedding, stabiele financiering, deskundigheidsbevordering, ketensamenwerking en inclusieve doorontwikkeling gericht op gezinnen in kwetsbare situaties, parallel aan vervolgonderzoek naar effectiviteit, bereik en kosteneffectiviteit op de langere termijn.

Meer informatie over het onderzoek

Als u meer informatie wilt over dit onderzoek, dan kunt u een e-mail sturen naar .

De onderzoeker(s)

Het onderzoek werd uitgevoerd vanuit Karakter, academisch centrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie in samenwerking met Stichting Autisme Jonge Kind – landelijk expertise netwerk.

De onderzoeksgroep bestond uit:

  • Lisette Janssen, psycholoog en senior onderzoeker
  • Esther Ticheler, onderzoeksassistent
  • Iris Servatius-Oosterling, klinisch psycholoog en senior onderzoeker

Fase onderzoek

Afgerond

Samenwerking

Het onderzoek werd uitgevoerd in samenwerking met:

       

iBe@ar onderzoek

deel: